Mobile learning – de stand van zaken volgens Masie (#hanicto #sigunwired)

In hoeverre zetten organisaties mobiele devices in in leerprocessen? En wat zijn hun ambities op dit gebied voor de toekomst? Om daar achter te komen heeft The Masie Center (het bedrijf geleid door E-learning goeroe Eliott Masie) onlangs een enquete uitgezet. De resultaten zijn nu online beschikbaar.

Eliott Masie adviseert zowel onderwijsinstellingen als het bedrijfsleven; het is dan ook niet verwonderlijk dat de resultaten uit beide sectoren afkomstig zijn. Een aantal zaken vielen me op in de resultaten:

  • De verdeling van de respondenten over het bedrijfsleven en het onderwijs is niet weergegeven; alleen dat het onderwijs hoort bij de groep met de hoogste respons. Daarnaast weten we ook de verdeling over landen niet. De enquete kon ook door niet-ingezetenen van de VS worden ingevuld; ik ben dus eigenlijk wel benieuwd welke internationale verschillen er zijn.
  • De interesse voor mobiel leren lijkt hoog te zijn, maar dat heeft vooral nog geresulteerd in pilots en experimenten, en nog weinig in een beleid voor mobiel leren (minder dan 30% van alle organisaties uit de enquete). 
  • Respondenten lijken hun mobiele devices vooral te willen gebruiken voor toegang tot content: leermaterialen, audio en video, checklists, etc. Zaken als mobiele toetsing en toegang tot ‘externe sociale media’ lijken minder in de belangstelling te staan (met name dat laatste lijkt me wat vreemd).
  • Als belangrijkste aandachtspunten voor de adoptie van mobiel leren worden genoemd: het didactisch ontwerpen van mobiele leersituaties, de techniek en de angst mobiel leren gewoon een hype blijkt te zijn.

Het rapport en enkele grafieken zijn te bekijken op http://masie.com/Surveys/mobile-pulse-survey-2012.html.

Dank voor de tip, Niels!

Edudemic lijst van 20 blogs over Mobile Learning

See on Scoop.itApps in het Onderwijs

Weblog Edudemic heeft Een lijst opgesteld van 20 Engelstalige weblogs over mobiel leren. De meeste blogs volg ik zelf ook en zijn zeker de moeite waard als je geinteresseerd bent in mobiel leren of gerelateerde onderwerpen als social media en Bring Your Own Device.

Dank Erik Bolhuis voor de tip!
See on edudemic.com

Column over mobiel leren in SURF magazine (#yam #hanicto)

Voor de juni-uitgave van SURF magazine mocht ik een column schrijven over mobiel leren. De hardcopy versie van het magazine moet volgens mij nog verstuurd worden, maar de link naar de online versie vind je hier; mijn column vind je op pagina 20.  Geïnteresseerden kunnen overigens nog steeds gratis een abonnement  aanvragen op het tijdschrift. SURFmagazine verschijnt eens per kwartaal met nieuws en achtergrondinformatie over ICT voor het hoger onderwijs en onderzoek.

Verslag seminar Leren met mobiele devices: The New Classroom (#yam #hanicto)

Vandaag was ik aanwezig bij de ‘The New Classroom’, een door Apple georganiseerd seminar in Amsterdam over leren met behulp van mobiele devices. Op het programma stonden een keynote van Dr. Bill Rankin (over wie ik als eens eerder blogde), en drie presentaties waarin enkele praktijkvoorbeelden van mobile learning aan bod kwamen. De bijeenkomst was uitstekend verzorgd en behoorlijk volgeboekt naar mijn idee. Hieronder een korte samenvatting van de vier presentaties:

  • Bill Rankin – The New Classroom. Rankin is professor en adviseur bij de Abilene Cristian University in Texas, US en heeft daar veel ervaring opgedaan met het implementeren van mobile learning. Rankins betoog gaat vooral over het ‘failliet’ van het traditionele klaslokaal: jongeren leren vandaag de dag vooral van elkaar en met elkaar. Dit doen ze vooral met behulp van mobiele devices en sociale media; zo zouden 80% van kinderen onder 5 jaar minimaal een keer per week online zijn , en 40% van Britse kinderen wel eens schoolopdracht maken op hun mobiele telefoon . Het traditionele klaslokaal is echter vooral nog gericht op kennisoverdracht vanuit een enkele authoriteit (de docent), en nauwelijks op onderlinge interactie. Het nieuwe klaslokaal zou gebouwd moeten zijn volgens ‘an architecture of creation and participation’; als voorbeeld toont Rankin de open studiecentra van Abilene University, waar studenten met hun eigen devices (vooral iPads en Macs natuurlijk…) samen leren. Dit klinkt allemaal als een redelijk bekend verhaal, maar Rankin brengt het met zoveel passie en interactie, dat zijn verhaal een genot is om naar te luisteren. Daarbij schuwde Rankin het niet om de traditionele setting van zijn eigen presentatie op de hak te nemen; dat zouden meer e-learning sprekers mogen doen! Persoonlijk had ik graag nog meer praktijkvoorbeelden van Abilene gezien, maar toch absoluut de moeite waard.
  • Tweede spreker is Martin Luijks van uitgever ThiemeMeulenhof. De vraag naar digitale educatieve content is sinds de introductie van de iPad enorm toegenomen, en ThiemeMeulenhof springt daar op in met de iPad app ‘Schooltas‘. Met deze app kun je digitale lessenreeksen downloaden en bekijken. Wat ik sterk vind is dat ThiemeMeulenhof ook nadenkt over nieuwe didactische mogelijkheden van digitaal lesmateriaal. Zo biedt de app mogelijkheden om aantekeningen te maken en deze te delen met medegebruikers van de lessenreeks; in de toekomst moet het zelfs mogelijk zijn om aantekeningen te waarderen. Luijks nodigt de deelnemers uit om de app zelf te testen door een gratis voorbeeldlessenreeks te downloaden (gebruik daarvoor de code “lugjutyg”) en in gesprek te gaan over de didactische mogelijkheden. Goed om te horen dat ThiemeMeulenhof ook bezig is om de app geschikt te maken voor het hoger onderwijs, al zie ik nu nog wel relatief weinig studenten met een iPad rondlopen. Wellicht dat deze app dat gaat veranderen; in het hoger onderwijs is er naar mijn idee zeker behoefte aan dit soort content.
  • De derde spreker is Kees Versteeg, rector van het Hondsrug College in Emmen. Het verhaal van het Hondsrug College sluit naadloos aan bij het betoog van Bill Rankin: de traditionele leeromgeving is verouderd, en om dat te veranderen moet het roer radicaal om. Dit doet het Hondsrug College door een nieuw onderwijssysteem in te voeren dat gepersonaliseerd en adaptief leren centraal stelt. Versteeg geeft als concreet voorbeeld een module bij het vak Duits: voordat leerlingen aan de module beginnen, maken zij eerst een instaptest en vullen vervolgens een interesseformulier in, zodat er leerprofielen opgesteld kunnen worden. De leerlingen kunnen dan zelf aan de slag met de methode, waarbij docenten hun voortgang kunnen volgen via een speciale ‘dashboard’ app. Centraal hulpmiddel bij dit alles is de iPad. Leerlingen krijgen in de brugklas een iPad uitgereikt, waar ze vervolgens dan ook alles op doen. Om dit te financieren, wordt o.a. bespaard op ICT lokalen (die worden uitgefaseerd) en hulpmiddelen als rekenmachines e.d (daar zijn nu veel goedkopere apps voor). Ouders en leerlingen zijn enthousiast, enkele leerlingen schrijven inmiddels al hun eigen iPad apps voor de school. Ik ben ook enthousiast!
  • De laatste spreker is Eric Slaats van Fontys Hogescholen. Fontys heeft al ervaring opgedaan met de mogelijkheden van de iPad in het onderwijs middels hun iFontys project.  Daar waar de vorige sprekers zich richtten op het doorbreken van het leslokaal als middel voor kennisoverdracht, liet Eric zien dat mobiele devices ook traditionele werkvormen als kennisoverdracht kunnen verrijken. Fontys heeft daarvoor zelf een app ontwikkeld: iPresent. Met deze app kunnen docenten een slideshow gemakkelijk besturen, en studenten de presentatie laten meekijken op hun eigen device via het draadloze netwerk. iPresent maakt slideshows ‘non-lineair’: docenten kunnen gemakkelijk naar allerlei dia’s springen zonder de presentatie te hoeven onderbreken; studenten kunnen tijdens de presentatie tevens eigen content toevoegen aan de slides. Dit smaakt absoluut naar meer, en het is daarom ook prettig dat de app waarschijnlijk over enkele maanden al kosteloos te downloaden is via de appstore. Als het aan Eric lag zouden we de app nu al mogen uitproberen, ware het niet dat Apple het erg lastig maakt om software te te verspreiden voor testdoeleinden. Wanneer iPresent uit is mag je hier natuurlijk weer een testverslag verwachten!

Al met al een geslaagde bijeenkomst met goede en leuke presentaties. Morgen (13 september) wordt het seminar nogmaals georganiseerd, wederom in Amsterdam.

Abilene CU – Hier is alles mobile learning (#in)

Via het boek ‘Designing MLearning‘ van Clark Quinn kwam ik het rapport ‘2009-2010 Mobile-Learning Report‘ tegen van Abilene Christian University (Texas, USA). Abilene is een universiteit waar mobile learning op grote schaal is ingevoerd. Studenten krijgen bij de start van hun studie dan ook een iPhone of iPod om deze voor hun studie te gebruiken. Alhoewel het rapport vooral een marketing insteek heeft (‘mobile learning is fan-tas-tisch hier!’; weinig kritiek) en het al bijna een jaar oud is, is het zeker goed bruikbaar omdat docenten en studenten zelf vertellen over wat mobile learning hun oplevert.  Aangezien de HAN ook overweegt te starten met mobile learning, geef ik hieronder de voor mij belangrijkste punten:

  • Het rapport beschrijft een periode waarin de inzet van mobile learning nog vooral experimenteel van aard lijkt.Veel van de genoemde voorbeelden zitten vooral op het niveau van de ‘learning activities’ (werkvormen); een conceptuelere visie op leren haal ik er nog niet uit. In het hoofdstukje over het onderzoeksgedeelte achter dit project wordt ‘course redesign’ wel als een mogelijke vervolgstap genoemd.
  • De inzet van mobile learning lijkt wel een drijvende kracht achter het vernieuwen van het onderwijs te zijn binnen Abilene , want met mobile learning ‘you can’t do traditional things, you are forced to to do things that are innovative’. Mobile learning maakt het leren binnen Abile CU ook ‘less teacher centered, more student-centered’ .
  • Meerdere docenten noemen de meerwaarde van podcasts. Het gebruik van podcasts zorgt er voor dat studenten de stof eerder en in eigen tempo kunnen bestuderen, waardoor in de bijeenkomsten dieper op bepaalde onderwerpen kon worden ingegaan. Ook leuk: podcasts waarin docenten experts uit het werkveld interviewen.
  • Een aantal docenten noemt ook de inzet van student response systems tijdens bijeenkomsten. Door middel van stellingen, flashcards en vragen konden de docenten beter in de gaten houden of studenten de stof wel begrijpen. Het anonieme karakter van deze systemen zorgt er voor dat zwakkere studenten geen last hebben hebben van peer pressure tijdens colleges.
  • Een smartphone (iPhone) is geschiktervoor mobile learning dan een mediaplayer (iPod), door het ‘always-connected’ karakter.
  • Het breed implementeren van mobile learning heeft organisatorisch nog wel wat voeten in de aarde. Naast de aanschaf van de devices is het wifi netwerk uitgebreid en heeft men speciale web apps ontwikkeld. Om de kosten te drukken is wel het aantal studenten-pc’s gereduceerd.

HANovatie column: Smart phone, smart onderwijs

Onderstaande column schreef ik in oktober 2010 voor HANovatie, het kennisdelingsplatform van de HAN. De originele column is op HANovatie terug te vinden via http://www1.han.nl/insite_new/hanovatie/content/item.xml?id=26719.
Smart phone, smart onderwijs
In september 2009 vroeg ik mij in mijn eerste column af of de HAN klaar is voor het mobieltje als onderwijsinstrument. Toen was de smartphone wellicht nog een gadget voor de early adopter, nu is de slimme telefoon met een ware opmars bezig.

De smartphone  biedt voor de HAN verschillende kansen om de kleine kwaliteit van het onderwijs te verbeteren; ook studenten en docenten zien steeds vaker de mogelijkheden van de smartphone in het onderwijs.  Andere hogescholen zoals Fontys en HvA zijn inmiddels gestart met verschillende mobile learning projecten. De tijd is dus rijp voor mobieltjes binnen het onderwijs van de HAN.

De smartphone is hard op weg een massaproduct te worden:  naast het hebben van een computer of TV vinden we het hebben van een slimme telefoon ook al bijna de normaalste zaak van de wereld. Volgens een recent artikel in Newsweek evenaart het wereldwijde aantal smartphones in 2013 het totaal aantal PC’s in de wereld.  De smartphonegekte  is de HAN niet voorbij gegaan; in de Sensor van september 2010 was de opmars van de smartphone zelfs voorpaginanieuws.  In het artikel kwamen een aantal HAN studenten aan het woord die lieten merken niet meer zonder smartphone te kunnen leven.

De opmars van de smartphone staat binnen de HAN momenteel nog in de kinderschoenen. Bruikbare mobiele versies van HAN-Insite en HAN-Scholar zijn vooralsnog niet beschikbaar, om over een slimme ‘HAN app’ nog maar te zwijgen. Kennelijk gaan we bij het ontwerpen van onze ICT-platforms en leeromgevingen er  van uit dat studenten vooral nog via een PC of laptop interacteren met het web. Maar hoe realistisch is dat nog als nagenoeg iedere student een smartphone met internet heeft, en dit hard op weg is voor hen het primaire toegangsmiddel voor het internet te worden? Een paar slimme HAN- studenten hebben zelf het voortouw genomen en de app ‘iLes’ ontwikkeld, waarmee  je gemakkelijk je lesrooster kunt bekijken op je iPhone of Blackberry. De iLes app is wat mij betreft een goed voorbeeld van hoe je de kwaliteit van iets eenvoudigs als het aanbieden van lesroosters echt kunt verbeteren door het op een smartphone aan te bieden: altijd bij de hand, actueel en meteen beschikbaar.

Moeten we dan meteen maar al onze informatieplatformen en leeromgevingen geschikt maken voor de smartphone? Nee, natuurlijk niet, laten we vooral kijken welke (leer)activiteit het beste past bij welk platform. Veel HAN-Scholarsites worden bijvoorbeeld gebruikt om studenten te voorzien van informatie, bijvoorbeeld in de vorm van mededelingen. In de huidige situatie moeten studenten hun computer aanzetten, inloggen op HAN-Scholar en dan naar hun cursussite toe bladeren om de mededelingen van die cursus te kunnen lezen. Zou het niet veel handiger zijn als studenten deze medelingen als notificatie ontvangen op hun smartphone, bijvoorbeeld via een ‘Scholar-app’? En wat als het roosterwijzigingen meteen binnenkwamen op de agenda van je smartphone? Even snel je stagelogboek in je digitale portfolio bijwerken in de trein, voorzien van video en afbeeldingen? Allemaal zaken die veel geschikter zijn voor een smartphone dan voor een PC; door de smartphone in deze voorbeelden in te zetten kun je de kleine kwaliteit van het onderwijs echt verbeteren.  Aan de andere kant zijn leeractiviteiten zoals samenlerend produceren in HAN-Scholar, of het inrichten van een presentatieportfolio wellicht weer geschikter om een PC of notebook te doen. Het gaat er dus om dat we bij het ontwerpen van ICT-rijke leerarrangementen niet meteen de PC of laptop als uitgangspunt nemen, maar ook kijken naar de mogelijkheden van de smartphone. Overigens hoeft de smartphone niet per se hand in hand te gaan met ´leren op afstand´; ook in face-to-face onderwijs zoals colleges kan de smartphone het onderwijs verrijken. Dit laat bijvoorbeeld de iPad / iPhone app ´eClicker´ zien: met eClicker verrijk je hoorcolleges door studenten te laten stemmen of reageren op stellingen.

Het integreren van de smartphone in de onderwijspraktijk brengt naast didactische overwegingen ook enkele technische uitdagingen met zich mee. Daar waar de desktop- infrastructuur van de HAN redelijk overzichtelijk is (de meeste werkplekken hebben Windows XP als besturingssysteem en Internet Explorer 7 als standaardbrowser), is het mobiele landschap erg versnipperd. Als je een app wilt ontwikkelen waar de meeste HAN- studenten gebruik van kunnen maken, dan zul je maar liefst vier versies van diezelfde app moeten ontwikkelen: een voor de iPhone, een Symbian- versie (Nokia), een Android- versie  en nog een voor het Blackberry- platform. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de grote hardwarematige verschillen tussen verschillende merken smartphones. Voor  ICT betekent het  een behoorlijke uitdaging om dit allemaal te ondersteunen.

Het wordt tijd dat de HAN  de smartphone gaat zien als een serieus onderwijsleermiddel, net  als een laptop of PC. Door smartphones in te zetten kun je de kwaliteit van onderwijs verbeteren, en laat je zien dat je klaar bent voor de toekomst.